Europees Vestigingsverdrag

Huidige tekst

Artikel 10 Europees Vestigingsverdrag

Geldt sinds 21 mei 1969

Iedere Verdragsluitende Partij machtigt onderdanen van de andere Partijen tot het op haar grondgebied uitoefenen van op winst gerichte activiteit op voet van gelijkheid met haar eigen onderdanen, tenzij genoemde Verdragsluitende Partij ernstige economische of sociale redenen heeft om deze machtiging niet te verlenen. Deze bepaling is van toepassing op, doch niet beperkt tot, industriële, commerciële, financiële en agrarische activiteiten, ambachten en de vrije beroepen, ongeacht het feit of de betrokken persoon voor eigen rekening werkt of in dienst is van een werkgever.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2015:1430Raad van State, 6 mei 2015 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de Raad van Bestuur aan De Bakkerij een tewerkstellingsvergunning verleend ten behoeve van het verrichten van arbeid als Turkse brood- en banketbakker door…

  • ECLI:NL:RVS:2014:560Raad van State, 19 februari 2014 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 24 december 2012 heeft de Raad van Bestuur de aanvraag van [appellante sub 1] om verlening van een tewerkstellingsvergunning (hierna: twv) ten behoeve van [appellant sub 2] (hierna…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.