Europees Verdrag inzake nationaliteit

Huidige tekst

Artikel 18 Europees Verdrag inzake nationaliteit

Geldt sinds 1 juli 2001

Beginselen 1 Bij nationaliteitsaangelegenheden in geval van statenopvolging respecteert elke betrokken Staat die Partij is, de beginselen van de voorrang van het recht, de regels inzake mensenrechten en de beginselen genoemd in artikel 4 en 5 van dit Verdrag en in het tweede lid van dit artikel, in het bijzonder om staatloosheid te voorkomen. 2 Bij beslissingen over het toekennen of het behoud van de nationaliteit in gevallen van statenopvolging houdt elke Staat die Partij is, met name rekening met: a.de daadwerkelijke en effectieve band van de betrokken persoon met de Staat; b.de gewone verblijfplaats van de betrokken persoon ten tijde van de statenopvolging; c.de wil van de betrokken persoon; d.de territoriale herkomst van de betrokken persoon. 3 Wanneer de verkrijging van de nationaliteit afhankelijk is van het verlies van een buitenlandse nationaliteit, zijn de bepalingen van artikel 16 van dit Verdrag van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.