Europees Verdrag betreffende uitlevering

Huidige tekst

Artikel 28 Europees Verdrag betreffende uitlevering

Geldt sinds 12 april 1982

De verhouding tussen dit Verdrag en bilaterale overeenkomsten 1 Dit Verdrag doet wat betreft de gebieden waarop het van toepassing is, de bepalingen uit bilaterale verdragen, conventies of overeenkomsten vervallen, die de uitlevering tussen twee Verdragsluitende Partijen regelen. 2 De Verdragsluitende Partijen kunnen met elkaar slechts bilaterale of multilaterale overeenkomsten sluiten, wanneer deze er toe strekken de bepalingen van dit Verdrag aan te vullen of de toepassing van de daarin vervatte beginselen te vergemakkelijken. 3 Wanneer de uitlevering tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen plaatsvindt op grond van een eenvormige wet, zijn die Partijen bevoegd om hun betrekkingen op dit terrein te regelen uitsluitend op basis van dat stelsel, niettegenstaande de bepalingen van dit Verdrag. Hetzelfde geldt tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen, indien bij elk van die Partijen een wet geldt die het mogelijk maakt op het grondgebied van die Partij bevelen tot vrijheidsbeneming ten uitvoer te leggen, die op het grondgebied van de andere Partij of de andere Partijen zijn gegeven. De Verdragsluitende Partijen die in hun betrekkingen de toepassing van dit Verdrag van het begin af aan of nadien uitsluiten overeenkomstig de bepalingen van dit lid, dienen ter zake een mededeling te richten tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. Deze stelt de andere Partijen in kennis van elke mededeling die hij krachtens dit lid heeft ontvangen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2008:BD4949Parket bij de Hoge Raad, 24 juni 2008 (strafrecht)

    Uitlevering aan republiek Servië. HR verwerpt het middel door te verwijzen naar de CAG. De Rb heeft het verweer van de raadsman terecht verworpen. Art. 28.1 EUV, het verdrag waarbij NL en Servië…

  • ECLI:NL:HR:2003:AL3336Hoge Raad, 14 oktober 2003 (strafrecht)

    1. Eisen aan cassatiemiddel in uitleveringszaak. 2. Verhouding EUV en BUV in verband met Nederlands voorbehoud.

  • ECLI:NL:PHR:2003:AL3336Parket bij de Hoge Raad, 14 oktober 2003 (strafrecht)

    1. Eisen aan cassatiemiddel in uitleveringszaak. 2. Verhouding EUV en BUV in verband met Nederlands voorbehoud.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.