Douane- en Accijnswet BES

Huidige tekst

Artikel 3.26 Douane- en Accijnswet BES

Geldt sinds 1 januari 2011

  1. 1

    Voor de toepassing van deze titel wordt onder normale verblijfplaats verstaan de plaats waar een natuurlijk persoon gedurende ten minste 183 dagen per kalenderjaar verblijft wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen, of indien hij geen beroepsmatige bindingen heeft, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden tussen hemzelf en de plaats waar hij woont, blijken.

  2. 2

    Indien de belanghebbende zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats heeft dan zijn persoonlijke bindingen en daardoor afwisselend verblijft in verschillende landen, wordt hij geacht zijn normale verblijfplaats te hebben in het land van zijn persoonlijke bindingen, mits hij daar op geregelde tijden terugkeert. Indien de belanghebbende zich op de plaats van zijn beroepsmatige bindingen bevindt voor een opdracht van een bepaalde duur, wordt hij niettemin geacht zijn normale verblijfplaats te hebben in het land van zijn persoonlijke bindingen.

  3. 3

    De omstandigheid dat onderwijs wordt genoten in het buitenland houdt op zich niet in dat de normale verblijfplaats naar het buitenland is verplaatst.

  4. 4

    De normale verblijfplaats dient te worden aangetoond. Indien de inspecteur daarom verzoekt worden aanvullende inlichtingen en bewijsstukken overgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.