Dienstplichtwet BES

Huidige tekst

Artikel 40 Dienstplichtwet BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Aan de aanwijzing op verzoek van de dienstplichtige voor het volgen van een opleiding als bedoeld in het tweede lid van het vorige artikel kunnen, indien hiervoor naar het oordeel van de Regionaal Bevelhebber aanleiding bestaat, door Onze Minister bepaalde voorwaarden worden verbonden, welke hieruit kunnen bestaan, dat aan de dienstplichtige de verplichting wordt opgelegd: a.voor de aanvang van de opleiding een verzoek in te dienen hem – met toepassing van artikel 27, derde lid – te vergunnen om een door Onze Minister te bepalen tijdsduur in werkelijke dienst door te brengen; b.indien de vergunning, bedoeld onder a, is verleend, gedurende de tijd waarop die vergunning betrekking heeft, in werkelijke dienst te blijven.

  2. 2

    Wanneer de dienstplichtige wegens omstandigheden, die naar het oordeel van de Regionaal Bevelhebber niet zijn ontstaan door eigen wil of toedoen, wordt ontheven van een opleiding of van de functie waarop de opleiding betrekking had, dan wel niet wordt aangewezen voor de functie waarop de opleiding betrekking had, wordt hij tevens door Onze Minister ontheven van de verplichting bedoeld in het vorige lid onder b, indien deze op hem rust.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.