Huidige tekst
Artikel 2.26 Comptabiliteitswet 2016
Indienen van voorstellen van wet inzake de suppletoire begrotingsstaten 1 Wij dienen in elk geval uiterlijk op 1 juni en op 1 december van het begrotingsjaar de voorstellen van wet tot wijziging van de begrotingsstaten bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen Wij Onze Minister van Financiën machtigen de voorstellen van wet tot wijziging van de begrotingsstaten bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen. 3 Onze Minister van Financiën biedt uiterlijk op 1 juni en op 1 december van het begrotingsjaar de Voorjaarsnota, respectievelijk de Najaarsnota, aan de Staten-Generaal aan. 4 De Voorjaarsnota bevat in elk geval: a.de wijziging van het budgettaire totaalbeeld, bedoeld in artikel 2.23, vierde lid, onder a; b.een overzicht van de wijzigingen in de uitgaven en de ontvangsten in de begrotingen voor het begrotingsjaar en de vier daarop aansluitende jaren. 5 De Najaarsnota bevat in aansluiting op de Voorjaarsnota in elk geval: a.de wijziging van het budgettaire totaalbeeld, bedoeld in artikel 2.23, vierde lid, onder a; b.een overzicht van de nadere wijzigingen in de uitgaven en de ontvangsten in de begrotingen voor het begrotingsjaar.