Burgerrechtelijk Verdrag inzake Corruptie

Huidige tekst

Artikel 20 Burgerrechtelijk Verdrag inzake Corruptie

Geldt sinds 4 november 1999

Wijzigingen 1 Wijzigingen van dit Verdrag kunnen worden voorgesteld door elke Partij en worden door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa medegedeeld aan de lidstaten van de Raad van Europa, aan alle Staten die geen lid zijn van de Raad en hebben deelgenomen aan de opstelling van dit Verdrag, aan de Europese Gemeenschap, alsmede aan elke Staat die is toegetreden of is uitgenodigd toe te treden tot dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 16. 2 Elke door een Partij voorgestelde wijziging wordt meegedeeld aan het Europese Comité voor juridische samenwerking (CDCJ) dat zijn oordeel over de voorgestelde wijziging voorlegt aan het Comité van Ministers. 3 Het Comité van Ministers onderzoekt de voorgestelde wijziging en het door het Europese Comité voor juridische samenwerking (CDCJ) voorgelegde oordeel en kan, na raadpleging van de Partijen bij dit Verdrag die geen lid zijn van de Raad van Europa, de wijziging aannemen. 4 De tekst van elke wijziging aangenomen door het Comité van Ministers overeenkomstig het derde lid van dit artikel, wordt ter aanvaarding aan de Partijen toegezonden. 5 Iedere overeenkomstig het derde lid van dit artikel aangenomen wijziging treedt in werking dertig dagen nadat alle Partijen de Secretaris-Generaal hebben meegedeeld dat zij haar hebben aanvaard.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.