Huidige tekst
Artikel 6 Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Britse Overzeese Gebied Montserrat betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden
Overgangsbepalingen voor verhandelbare schuldbewijzen 1 Gedurende de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde overgangsperiode, maar uiterlijk tot 31 december 2010, worden binnenlandse en internationale obligaties en andere verhandelbare schuldbewijzen die voor het eerst zijn uitgegeven voor 1 maart 2001 of waarvan het oorspronkelijke emissieprospectus voor die datum is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten in de zin van Richtlijn 80/390/EEG van de Raad of door de verantwoordelijke autoriteiten in derde landen, niet aangemerkt als schuldvorderingen in de zin van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, op voorwaarde dat op of na 1 maart 2002 geen aanvullende emissies van dergelijke verhandelbare schuldbewijzen plaatsvinden. Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een van de vorenvermelde verhandelbare schuldbewijzen, die zijn uitgegeven door een Regering of een verwante entiteit die als overheidsinstantie optreedt of waarvan de rol erkend is bij internationaal verdrag, als omschreven in de bijlage bij deze Overeenkomst, wordt de gehele emissie van dit schuldbewijs, bestaande uit de oorspronkelijke emissie en vervolgemissies, aangemerkt als een schuldvordering in de zin van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze Overeenkomst. Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een van de vorenvermelde verhandelbare schuldbewijzen, uitgegeven door een andere emittent die niet valt onder het bepaalde in de tweede alinea, wordt deze nieuwe emissie aangemerkt als een schuldvordering in de zin van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze Overeenkomst. 2 Dit artikel belet de Overeenkomstsluitende Partijen niet de inkomsten uit de in het eerste lid bedoelde verhandelbare schuldbewijzen overeenkomstig hun nationale recht te belasten.