Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding

Huidige tekst

Artikel 4 Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding

Geldt sinds 1 juli 2015

Arbeidsovereenkomst omwille van opleiding 1 Inzetbaarheidskosten in verband met een opleiding als bedoeld in het tweede lid, kunnen alleen in mindering worden gebracht op de transitievergoeding, indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan om de werknemer in de gelegenheid te stellen die opleiding te volgen en na afronding van die opleiding, of na tussentijdse beëindiging daarvan, niet, of met een tussenpoos van meer dan zes maanden, wordt voortgezet. 2 In het eerste lid wordt onder opleiding verstaan: a.een opleiding in het kader van een beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; b.een duale opleiding als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of c.een opleiding die uitsluitend kan worden gevolgd als een arbeidsovereenkomst is aangegaan. 3 De kosten, bedoeld in het eerste lid, kunnen alleen in mindering worden gebracht op het deel van de transitievergoeding, dat is opgebouwd in de periode waarin de opleiding werd gevolgd. 4 Op het in mindering brengen van de kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 2, eerste lid, onderdelen a, b en g, en 3 niet van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:7813Rechtbank Noord-Holland, 30 augustus 2022 (arbeidsrecht)

    onregelmatig ontslag; billijke vergoeding; transitievergoeding; gefixeerde schadevergoeding; studiekosten BBL

  • ECLI:NL:RBOVE:2017:2508Rechtbank Overijssel, 19 juni 2017 (arbeidsrecht)

    Opleidingskosten kwalificeren niet als inzetbaarheidskosten in de zin van artikel 7:673 lid 6 BW. De door werknemer gevolgde opleidingen, door werkgever betaald, kunnen door iedereen worden gevolgd.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:6785Rechtbank Den Haag, 26 april 2016 (civiel recht)

    WWZ. Verzoek ex artikel 7:673 BW aanvankelijk gericht tegen verkeerde vennootschap. Wijziging van het verzoek. Beroep op de vervaltermijn van drie maanden als bedoeld in artikel 7:686a lid 4 sub b BW…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.