Besluit vluchtuitvoering

Huidige tekst

Artikel 1 Besluit vluchtuitvoering

Geldt sinds 31 december 2020

  1. 1

    In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: EG-verordening 3922/91: verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373); helikopter: gemotoriseerd luchtvaartuig met rotorbladen, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn rotorbladen; JAR-OPS 3: sectie 1 van het technisch voorschrift, vastgesteld door de Joint Aviation Authorities, betreffende uitvoering van een vlucht door een helikopter; luchtschip: luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting en een besturingsinrichting; luchtwerk: een vlucht met een vliegtuig of helikopter waarbij dit of deze gebruikt wordt voor speciale diensten zoals bijvoorbeeld landbouw, fotografie, film, onderzoek, observatie en patrouille, reddingsoperaties of reclame; modelluchtvaartuig: luchtvaartuig, niet in staat een mens te dragen, en uitsluitend gebruikt voor luchtvaartvertoning, recreatie of sport; ROC: aan een onderneming afgegeven AOC waarin wordt verklaard dat de betrokken luchtvaartexploitant beschikt over beroepsbekwaamheid en organisatie om een onbemande RPA en het daarbij horend grondstation, het vereiste besturingssysteem en andere in het type-ontwerp gespecificeerde onderdelen veilig te exploiteren (Remotely piloted aircraft system operator certificate); RPA: op afstand bestuurd luchtvaartuig (remotely piloted aircraft), onbemand, niet zijnde een modelluchtvaartuig; RPAS: RPA, het daarbij horend grondstation, het vereiste besturingssysteem en andere in het type ontwerp gespecificeerde componenten; uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947: uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152); vliegtuig: gemotoriseerd luchtvaartuig met vaste vleugels, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn vleugels; vrije ballon: luchtvaartuig, lichter dan lucht, niet voorzien van een voortstuwingsinstallatie en ingericht om ten minste één persoon te vervoeren; wet: Wet luchtvaart.

  2. 2

    De bij of krachtens dit besluit vastgestelde bepalingen zijn van toepassing op burgerluchtvaartuigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2016:376Raad van State, 17 februari 2016 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 juni 2013 heeft de staatssecretaris [appellant] gelast zich te onthouden van het in strijd met artikel 4.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart uitvoeren van vluchten met een…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.