Besluit videoconferentie

Huidige tekst

Artikel 2 Besluit videoconferentie

Geldt sinds 25 november 2022

  1. 1

    In de navolgende gevallen wordt geen gebruik gemaakt van videoconferentie, tenzij met instemming van de verdachte of diens raadsman: a.ten aanzien van de verdachte, die in de desbetreffende zaak wordt voorgeleid voor de rechter-commissaris in verband met de inbewaringstelling; b.ten aanzien van de verdachte, bij de inhoudelijke behandeling van de zaak ter terechtzitting van de meervoudige kamer.

  2. 2

    Van toepassing van videoconferentie wordt bovendien geen gebruik gemaakt indien de te horen persoon een zodanige auditieve of visuele handicap heeft waardoor redelijkerwijs kan worden verondersteld dat videoconferentie afbreuk doet aan zijn inbreng of positie in het strafproces, dan wel aan de rechten van andere procesdeelnemers.

  3. 3

    In afwijking van het eerste lid kan van videoconferentie gebruik worden gemaakt indien de meervoudige kamer of de rechter-commissaris bepaalt dat videoconferentie noodzakelijk is in het bijzondere belang van de beveiliging van de zitting of van het vervoer naar of van de zitting.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:795Parket bij de Hoge Raad, 15 juli 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Uitlokken van medeplegen van ontvoering en medeplegen onttrekken aan het gezag van 2-jarig meisje door haar mee te nemen naar India (art. 47, 279 en 282 Sr). De verdachte is de vader…

  • ECLI:NL:PHR:2024:765Parket bij de Hoge Raad, 10 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. 1. Aanwezigheidsrecht verdachte: (a) afwijzing verzoek horen verdachte ttz via videoconferentie en (b) afwijzing aanhoudingsverzoek en herhaald (voorwaardelijk) aanhoudingsverzoek. 2.…

  • ECLI:NL:HR:2020:2037Hoge Raad, 15 december 2020 (strafrecht)

    Corona-uitspraak, COVID-19. Cassatie in het belang van de wet. Jeugdzaak. Is toelaatbaar dat strafzaak op tz. inhoudelijk wordt behandeld, terwijl 1 van raadsheren hof i.v.m. uitbraak van epidemie…

  • ECLI:NL:PHR:2019:852Parket bij de Hoge Raad, 3 september 2019 (strafrecht)

    Conclusie A-G. Het hof hoort op de terechtzitting op initiatief van de verdediging telefonisch de secretaresse van de zorginstelling waarbij de verdachte werd behandeld. Strijd met art. 131a Sv?…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.