Besluit verplichte geestelijke gezondheidszorg

Bvggz

Huidige tekst

Artikel 2.2 Bvggz

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Ambulante verplichte zorg kan uitsluitend worden toegepast indien: a.de zorgverantwoordelijke voorafgaand aan het vaststellen van het zorgplan overleg heeft gepleegd met ten minste één andere deskundige als bedoeld in artikel 5:13, derde lid, onderdeel d, van de wet over de wijze waarop toezicht op de betrokkene moet worden gehouden om diens veiligheid voldoende te borgen, en in het zorgplan is beschreven op welke wijze dat toezicht wordt gerealiseerd; b.de zorgverantwoordelijke voorafgaand aan het vaststellen van het zorgplan overleg heeft gepleegd met ten minste één andere deskundige als bedoeld in artikel 5:13, derde lid, onderdeel d, van de wet over het aantal zorgverleners dat op het moment van de daadwerkelijke uitvoering van de ambulante verplichte zorg aanwezig moet zijn om een verantwoorde zorgverlening te borgen en dit aantal is vastgelegd in het zorgplan; c.het zorgplan in ieder geval binnen vier weken na de aanvang van de uitvoering van het zorgplan wordt geëvalueerd; d.er een ter zake deskundige zorgverlener bereikbaar is voor verzoeken om hulp van betrokkene of diens naasten naar aanleiding van de verleende ambulante verplichte zorg; e.de zorgaanbieder in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2:2 van de wet, heeft vastgelegd: 1° welke factoren in ieder geval worden meegewogen bij de beoordeling of ambulante verplichte zorg de voorkeur heeft boven opname in een accommodatie, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de wens van betrokkene en de belangen van voor de continuïteit van zorg relevante familie en naasten; 2° hoe door middel van toezicht de veiligheid in geval van ambulante verplichte zorg op voldoende wijze kan worden geborgd; 3° welke factoren in ieder geval worden meegewogen bij de beoordeling van het aantal zorgverleners dat met het oog op een verantwoorde zorgverlening aanwezig moet zijn op het moment van de daadwerkelijke uitvoering van de ambulante verplichte zorg; 4° hoe in geval van ambulante verplichte zorg op verantwoorde wijze wordt omgegaan met fysiek verzet van betrokkene; 5° op welke wijze de bereikbaarheid en ondersteuning, bedoeld in onderdeel d, worden geborgd; 6° op welke wijze in geval van ambulante verplichte zorg wordt toegezien op het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag door een zorgverlener.

  2. 2

    De zorgverantwoordelijke betrekt bij het in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde overleg tevens deskundigen van andere disciplines, voor zover de aard van de ambulante verplichte zorg daartoe noodzaakt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:23Parket bij de Hoge Raad, 8 januari 2021 (civiel recht)

    Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Voorbereiding zorgmachtiging. Mededeling door de officier van justitie van zijn beslissing of is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg (art.…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:3004Rechtbank Noord-Holland, 20 april 2020 (personen- en familierecht)

    Zorgmachtiging; art. 2.2 lid 1 onder a en b Bvggz; art. 5:13 lid 3 onderdeel d Wvggz.

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:2812Rechtbank Noord-Holland, 10 april 2020 (personen- en familierecht)

    De zorgmachtiging wordt verleend, waarbij de volgende vormen van verplichte zorg nodig worden geacht: - het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische…

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:2241Rechtbank Amsterdam, 3 april 2020 (civiel recht)

    Zorgmachtiging aansluitend op voortzetting crisismaatregel, ambulante behandeling, toewijzing toedienen van medicatie en het uitoefenen van toezicht als vormen van verplichte zorg, algemene beginsel…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.