Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap

BvvN

Huidige tekst

Artikel 68 BvvN

Geldt sinds 1 maart 2017

Bij zijn besluit tot intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet houdt Onze Minister onder meer rekening met de aard en ernst van de valse verklaring, het bedrog of de verzwijging, de mogelijke staatloosheid van betrokkene na de intrekking, alsook met de tijdsduur die sinds de verkrijging of verlening verlopen is, de gevolgen van het verlies van Unieburgerschap, indien dit ten gevolge van de intrekking van het Nederlanderschap optreedt en de overige relevante factoren.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:4015Rechtbank Midden-Nederland, 5 augustus 2021 (bestuursprocesrecht)

    Vovo bezwaar; intrekking Nederlanderschap; vals diploma; belangen van verzoekster wegen zwaarder; aard en ernst fraude niet betrokken; toewijzing verzoek.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.