Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten

Huidige tekst

Artikel 2 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten

Geldt sinds 1 juli 2012

  1. 1

    De vergoeding voor kosten als bedoeld in artikel 96 lid 2, onder c van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, bedraagt: 15% van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de eerste € 2500 van de vordering; 10% van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de volgende € 2500 van de vordering; 5% van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de volgende € 5000 van de vordering; 1% van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de volgende € 190.000 van de vordering; 0,5% over het meerdere van de hoofdsom met een maximum van € 6775.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde vergoeding bedraagt ten minste € 40.

  3. 3

    De vergoeding wordt verhoogd met een percentage dat overeenkomt met het percentage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, indien de schuldeiser voor de verkrijging van voldoening buiten rechte gebruik maakt van een dienst als bedoeld in de Wet op de omzetbelasting 1968 ter zake waarvan op grond van die wet omzetbelasting is verschuldigd en de schuldeiser de hem in rekening gebrachte omzetbelasting niet op grond van genoemde wet kan verrekenen en zulks nadrukkelijk verklaart en verklaart dat de kosten in verband daarmee zijn verhoogd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:1130Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Betaling door middel van Afterpay. Toepasselijkheid van afd. 7.2A.1 BW over consumentenkrediet. Is uitstel van betaling een kredietovereenkomst? Kosten in de zin van art. 7:57…

  • ECLI:NL:HR:2015:1868Hoge Raad, 10 juli 2015 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke incassokosten (art. 6:96 lid 2 onder c BW) onder het begrip ‘kosten’ in art. 6:44 lid 1 BW? Strekking…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:11075Rechtbank Rotterdam, 4 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Huurrecht. Bedrijfsruimte. Huurachterstand. Partijen zijn de handelsrente overeengekomen, niet de gewone rente.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8230Rechtbank Amsterdam, 26 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    vonnis na tussenvonnis, schadeberekening, herstel van kennelijke verschrijvingen, geen aanleiding om terug te komen op bindende eindbeslissingen

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6114Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Hoofdzaak en vrijwaring. Opdracht aan makelaar door man en vrouw nadat de relatie tussen hen was geëindigd. Later besluit de man in de woning te blijven. Makelaar vordert van hem betaling voor…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7651Rechtbank Rotterdam, 26 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Facturen zorgverzekering. Vonnis op basis van betalingsregeling. BIK deels afgewezen omdat niet is uitgelegd dat verzekeraar btw niet kan aftrekken.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2180Rechtbank Noord-Nederland, 15 april 2026 (civiel recht)

    Bestuurdersaansprakelijkheid: ernstig verwijtbaar en onrechtmatig gehandeld door misleidende spookfacturen te sturen en uit te laten betalen aan familieleden

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:717Rechtbank Noord-Nederland, 10 maart 2026 (civiel recht)

    Non-conformiteit paard vanwege kreupelheid. De koopovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden. De verkoper moet een gedeelte van de schade vergoeden.

204 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.