Besluit vaststelling wachtgeldregeling officieren Koninklijke Landmacht

Huidige tekst

Artikel 4 Besluit vaststelling wachtgeldregeling officieren Koninklijke Landmacht

Geldt sinds 1 januari 1957

  1. 1

    Wij behouden Ons voor, om in de gevallen, waarin zulks door Ons noodig wordt geoordeeld, aan belanghebbenden de verplichting op te leggen eene benoeming te aanvaarden bij het reservepersoneel der landmacht, zulks op de wijze nader door Ons te bepalen, zullende de toekenning of verdere uitkeering van wachtgeld aan een officier, gedurende den tijd bedoeld in art. 3, van het aanvaarden dezer benoeming afhankelijk worden gesteld.

  2. 2

    Tijdens den duur van den reserveplicht genieten de belanghebbenden eene toelage ten bedrage van 5 ten honderd van de laatstelijk genoten bezoldiging.

  3. 3

    Indien het wachtgeld in de gevallen, omschreven in de artt. 6, 7 en 9, geheel wordt vervallen verklaard vervallen tevens de reserveplicht en de deswege genoten toelage.

  4. 4

    Geheele of gedeeltelijke schorsing van het wachtgeld doet den reserveplicht en ook de deswege genoten toelage niet vervallen.

  5. 5

    De hierbedoelde toelage wordt aan den reserve-officier-wachtgelder niet toegekend in de gevallen, waarin geen toelagen worden genoten door het reservepersoneel, dat daarop overigens aanspraak heeft, en ook niet in het geval, bedoeld in art. 42 der Wet voor het reserve-personeel der landmacht 1905.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.