Huidige tekst
Artikel 8 Besluit vaststelling nadere regels vastleggen en bewaren kentekengegevens ex artikel 126jj Wetboek van Strafvordering door politie
- 1
Bij ieder verzoek wordt vastgelegd: a.de identiteit of het kenmerk van de geautoriseerde opsporingsambtenaar die het verzoek heeft behandeld en het bestand heeft geraadpleegd; b.de identiteit of het kenmerk van de opsporingsambtenaar die het verzoek heeft gedaan; c.het kenmerk van het bevel van de officier van justitie; d.in het kader van welk opsporingsonderzoek de raadpleging plaatsvindt; e.de datum en het tijdstip van het verzoek; f.de datum en het tijdstip van de raadpleging; g.de in het verzoek opgenomen politiegegevens, bedoeld in artikel 126jj, derde lid, tweede volzin, van de wet en de ingevoerde zoekvraag; h.de gegevens op grond waarvan kan worden nagegaan welke gegevens naar aanleiding van het verzoek zijn verstrekt inclusief de mededeling van het niet voorhanden zijn van een gegeven; i.de datum en het tijdstip van de verstrekking.
- 2
Artikel 32, vierde lid, van de Wet politiegegevens is van overeenkomstige toepassing.