Huidige tekst
Artikel 9.3 BTU-BES
Onze Minister kan regels stellen over de rechten die vreemdelingen ontlenen aan de volgende verdragen: a.het Vluchtelingenverdrag (Trb. 1954, 88); b.het Verdrag betreffende de status van staatlozen (Trb. 1955, 42); c.het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag (Trb. 1956, 40); d.de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake het verblijf en de vestiging van wederzijde onderdanen (1975) (Trb. 1975, 133); e.de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen met bijlage en protocol inzake verkregen rechten (1981) (Trb. 1981, 35).