Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst

Huidige tekst

Artikel 1 Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst

Geldt sinds 1 januari 2026

De categorieën van personen, bedoeld in artikel 271, tweede lid, eerste zin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn: a.personen die voor hun studie tijdelijk in een andere gemeente binnen Nederland willen wonen of afkomstig zijn uit het buitenland en in Nederland studeren; b.huurders die in verband met dringende werkzaamheden of renovatie als bedoeld in artikel 220, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, hun woonruimte moeten verlaten en tijdelijk andere woonruimte moeten betrekken; c.personen afkomstig uit maatschappelijke opvang als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke opvang 2015, of in een sociale noodsituatie met een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte; d.huurders met wie de verhuurder een tweede-kans-huurovereenkomst aangaat; e.personen die als nabestaande van een overleden huurder niet de huur van de woonruimte, waarin zij op het tijdstip van overlijden van die huurder hun hoofdverblijf hadden, kunnen voortzetten op voet van artikel 268 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; f.personen met een of meer minderjarige kinderen, die niet langer een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren met de andere ouder van die kinderen en die in de nabijheid van hun kinderen willen blijven wonen; g.personen die voor hun werk tijdelijk op Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling, Texel en Vlieland woonruimte behoeven; h.vergunninghouders als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014 die direct voorafgaand aan de huurovereenkomst in een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Centraal Orgaan opvang asielzoekers verbleven en woonruimte huren in afwachting van definitieve huisvesting door de betrokken gemeente.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7340Rechtbank Amsterdam, 8 juli 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Vordering tot ontruiming toegewezen, nu de periode waarvoor de tijdelijke huurovereenkomst was aangegaan is verstreken. Dat de (tijdelijkheid in de) huurovereenkomst tot stond is gekomen…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:3148Rechtbank Midden-Nederland, 29 mei 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Mondeling vonnis. Huuder kan niet worden aangemerkt als een student die tijdelijk in een andere gemeente wilde wonen en studeren zoals bedoeld in artikel 1 sub a van het Besluit.

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:9248Rechtbank Gelderland, 20 december 2024 (verbintenissenrecht)

    Huurrecht. Kort geding. Eiser vordert toewijzing van woning. Vordering in kort geding niet toewijsbaar. Motivering van de afwijzing beoordeelt voorzieningenrechter als ondermaats.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.