Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak

BrgRr

Huidige tekst

Artikel 9 BrgRr

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat tevens is benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak, voorzitter van het bestuur van een gerecht onderscheidenlijk ander rechterlijk lid van het bestuur van een gerecht wordt, in plaats van de onkostenvergoeding overeenkomstig artikel 7 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een onkostenvergoeding van € 4702,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 4.907, € 2711,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 2.829 onderscheidenlijk € 1807,– per 23 augustus 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 1.887 per jaar toegekend.

  2. 2

    Toekenning van een onkostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid geschiedt door de Raad voor de rechtspraak, uitgezonderd het betrokken lid, onderscheidenlijk, indien het een lid van een gerechtsbestuur betreft, het gerechtsbestuur, uitgezonderd het betrokken lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.