Besluit radio-elektrische inrichtingen BES

Huidige tekst

Artikel 1 Besluit radio-elektrische inrichtingen BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.wet: Wet telecommunicatievoorzieningen BES; b.toezichthoudende ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 31a, van de wet; c.zendinrichting: radio-elektrische zendinrichting, bestaande uit één apparaat dan wel uit een samenstel van apparaten; d.ontvanginrichting: radio-elektrische ontvanginrichting, bestaande uit één apparaat dan wel uit een samenstel van apparaten, niet uitsluitend bestemd voor de ontvangst van omroepprogramma’s; e.vrijstelling van een machtiging: vrijstelling van het vereiste van een machtiging, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet; f.machtiginghouder: degene aan wie machtiging is verleend ten aanzien van een zendinrichting of een ontvanginrichting; g.houder: 1°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor een machtiging is verleend: de machtiginghouder, en 2°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor het vereiste van een machtiging niet geldt dan wel ten aanzien waarvan vrijstelling van een machtiging is verleend: degene die deze inrichtingen aanlegt, aanwezig heeft of gebruikt; h.ondernemer: degene die het vervaardigen, verhandelen, installeren of herstellen van zendinrichtingen of ontvang-inrichtingen als beroep of bedrijf uitoefent; i.een ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet; j.technische eisen ten aanzien van zendinrichtingen 1°. de technische eisen, bedoeld in artikel 18; en 2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: de technische eisen, bedoeld in artikel 51; k.verklaring van conformiteit: 1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 21, eerste lid; en 2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 54, eerste lid; l.verklaring van toelating: 1°. ten aanzien van zendininrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 23, eerste lid; en 2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 56, eerste lid; m.bewijs van goedkeuring 1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 38, eerste lid; en 2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 69, eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.