Huidige tekst
Artikel 4 Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied huidtherapeut
- 1
Het aspect diagnostiek en behandeling is zo ingericht dat betrokkene in staat is om in het kader van dat aspect, volgens de vigerende beroeps- en gezondheidszorgstandaarden, op methodische wijze de volgende interventies voor te bereiden, uit te voeren, te evalueren, bij te stellen en af te ronden: a.het in het kader van het huidtherapeutische onderzoek bij de patiënt afnemen van een anamnese; b.het stellen van een huidtherapeutische diagnose; c.het zo nodig verwijzen naar de arts die de patiënt behandelt; d.het opstellen van een behandelplan of advies; e.het toepassen van huidtherapeutische behandelingen die aandoeningen van de huid en de onderhuidse weefsels opheffen, verminderen dan wel compenseren; f.het aanmeten en verstrekken van medische hulpmiddelen en prothesen alsmede adviseren met betrekking tot het gebruik daarvan; g.het met behulp van ICT vastleggen van de aan de patiënt te bieden zorg; h.het met andere zorgverleners waarborgen van effectieve en efficiënte huidtherapeutische zorg.
- 2
Het aspect communicatie en samenwerking is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: a.effectief te communiceren met de patiënt en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met diens naaste betrekkingen; b.een functionele samenwerkingsrelatie met de patiënt aan te gaan, te onderhouden en af te ronden; c.in het kader van formele relaties intern en extern te communiceren met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg of instanties in de gezondheidszorg; d.met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg in en buiten de organisatie professioneel samen te werken.
- 3
Het aspect preventie en gezondheidsvoorlichting is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: a.preventieve maatregelen te treffen voor het handhaven of het bevorderen van de gezondheid van de huid; b.in het kader van preventie voorlichting te geven aan de patiënt ter zake van gedrag dat de gezondheid van de huid bevordert; c.in het kader van therapietrouw en gedragsverandering de patiënt tijdens de behandeling op methodische wijze voor te lichten.
- 4
Het aspect kwaliteitszorg en innovatie is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: a.de eigen zorg- en dienstverlening op effectiviteit en efficiëntie te analyseren, daaraan conclusies te verbinden en deze zo nodig planmatig te verbeteren; b.aan de patiënt verantwoording af te leggen over effectiviteit en efficiëntie van het eigen professionele handelen; c.een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening binnen de organisatie waarvoor de betrokkene werkt en in dat kader de zorg- en dienstverlening op effectiviteit en efficiëntie te analyseren en daaraan conclusies te verbinden; d.algemeen maatschappelijke en beroepsspecifieke innovaties te integreren in het eigen professionele handelen.
- 5
Het aspect praktijk- en bedrijfsvoering is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: a.vanuit een zorgperspectief een bijdrage te leveren aan het zorgbeleid, de praktijkvoering en het beheer van de organisatie waarvoor de betrokkene werkt; b.al dan niet met anderen tot een effectieve, efficiënte en hygiënische praktijk- en bedrijfsvoering te komen met behulp van ICT; c.effectief leergedrag bij stagiaires en nieuwe collega’s te stimuleren, zodat beginnende huidtherapeuten op professionele wijze bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de organisatie waarvoor zij werken.
- 6
Het aspect beroepsontwikkeling is zo ingericht, dat betrokkene in staat is om: a.het beroep uit te oefenen overeenkomstig de geldende professionele richtlijnen, de stand van de wetenschap en de geldende waarden en opvattingen die patiëntenorganisaties hebben ten aanzien van huidtherapeutische zorg; b.ethische vraagstukken die zich voordoen bij de huidtherapeutische handelingen te onderkennen en te hanteren; c.te handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de huidtherapeutische beroepsuitoefening; d.te handelen vanuit een juist inzicht in de epidemiologie van huidziekten en de behoefte aan huidtherapeutische zorg van de bevolking als geheel en de mogelijkheden om zodanige zorg te bieden; e.prioriteiten te stellen voor het verlenen van huidtherapeutische zorg in overeenstemming met de behandelingsnoodzaak en de eigen vraag naar huidzorg van de patiënt; f.te handelen vanuit een juist inzicht in de structuur en financiering van de gezondheidszorg gericht op de huidtherapeutische zorg; g.op een wetenschappelijke en effectieve manier informatie te verwerven, te verwerken en toe te passen in het beroepsmatige handelen; h.te reflecteren op het eigen beroepsmatige handelen en dit op basis hiervan verder te ontwikkelen; i.de eigen professionaliteit voortdurend te ontwikkelen op basis van nieuwe situaties in de samenleving of het beroepsdomein; j.anderen te begeleiden in hun beroepsontwikkeling; k.bij te dragen aan de ontwikkeling van de professie.