Besluit opheffing Landbouwschap

Huidige tekst

Artikel 3 Besluit opheffing Landbouwschap

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit berust het beheer van het vermogen van het Landbouwschap bij de Raad.

  2. 2

    Rechtsvorderingen die tot het vermogen van het Landbouwschap behorende rechten of verplichtingen tot onderwerp hebben, voorzover deze geen betrekking hebben op de heffingen, bedoeld in artikel 6, worden ingesteld door of tegen de Raad.

  3. 3

    Rechtsvorderingen die betrekking hebben op VUT-regelingen, flexibele spaarpensioenregelingen en de regeling van het sociaal plan, uitgezonderd de bepalingen ten aanzien van de pensioenen en wachtgelden, worden ingesteld door of tegen de Raad.

  4. 4

    Rechtsvorderingen die betrekking hebben op rechten en verplichtingen, neergelegd in pensioen- en wachtgeldregelingen, met inbegrip van de ingevolge het derde lid uitgezonderde bepalingen, worden ingesteld door of tegen het Hoofdproductschap Akkerbouw.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2006:AY9299College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 september 2006 (bestuursrecht)

    Pensioen- en spaarfondsenwet

  • ECLI:NL:CBB:2006:AY9302College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 september 2006 (bestuursrecht)

    Pensioen- en spaarfondsenwet

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.