Huidige tekst
Artikel 4a Bov szw
Ontheffing in verband met zorg voor pasgeboren kind bij overlijden van de moeder 1 Het UWV kan aan een uitkeringsgerechtigde, die partner is als bedoeld in artikel 3:1a, tweede lid, van de Wazo, op diens aanvraag ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, van de Wet WIA, 2:31, eerste lid, en artikel 2:32, tweede lid, onderdelen c en d, van de Wajong, 30, eerste lid, van de ZW, 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW, 12, tweede lid, onderdeel c, 14, tweede lid, onderdeel b, of 15, onderdelen a tot en met e, van de IOW, indien: a.de moeder van het kind overlijdt: 1°. tijdens het bevallingsverlof indien zij een werknemer is als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, van de Wazo; 2°. tijdens de bevallingsuitkering indien zij gelijkgestelde als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van de Wazo of zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst is als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet; of 3°. binnen tien weken na de dag van de geboorte van het kind indien de moeder geen recht had op bevallingsverlof of een bevallingsuitkering als bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wazo; en b.er een akte van geboorte van haar kind is opgemaakt. 2 Deze ontheffing eindigt op de dag dat: a.het bevallingsverlof van de moeder, die werknemer is als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, van de Wazo, zou zijn geëindigd; b.de bevallingsuitkering van de moeder, die gelijkgestelde als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van de Wazo of zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst is als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet, zou zijn geëindigd; of c.tien weken na de dag van de geboorte van het kind zijn verstreken, indien de moeder geen recht had op bevallingsverlof of een bevallingsuitkering als bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wazo. 3 Indien artikel 3:1, vijfde lid, of artikel 3:18, tweede lid, van de Wazo van toepassing, is eindigt de ontheffing, in afwijking van het tweede lid, na afloop van de overeenkomstig die artikelen geldende verlenging.