Huidige tekst
Artikel 10 Besluit landelijk overleg milieuwethandhaving
- 1
De inspecteur-generaal VROM is voorzitter, tevens lid, van het ALOM. De plaatsvervangend inspecteur-generaal is plaatsvervangend voorzitter, tevens lid.
- 2
In het ALOM hebben naast de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zitting: a.de directeur handhaving van het Ministerie van Justitie; b.de directeur van de Algemene Inspectie Dienst van het ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Voedselkwaliteit; c.de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, vertegenwoordigd door de directeur hoofdinspecteur van de Divisie Water; d.de inspecteur-generaal van het Staatstoezicht op de Mijnen; e.twee directeuren van een provinciale milieudienst als vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg; f.twee vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; (directeur (en) van een gemeentelijke of intergemeentelijke milieudienst en/of een vertegenwoordiger op managementniveau van het bureau van de VNG); g.de directeur van de handhavingsdienst van een waterschap als vertegenwoordiger van de Unie van Waterschappen; h.de portefeuillehouder milieu van de Raad van Hoofdcommissarissen; i.Hoofdofficier van het Functioneel Parket; j.een vertegenwoordiger op directie niveau van het bureau van de Unie van Waterschappen;
- 3
De in het tweede lid genoemde ministeries kunnen de vergaderingen van het ALOM doen bijwonen door daartoe door hen aangewezen ambtenaren van vergelijkbaar niveau;
- 4
Het ALOM kan andere personen uitnodigen bij een vergadering aanwezig te zijn.
- 5
Voor elk lid kan een plaatsvervanger met een functie van vergelijkbaar niveau worden aangewezen.