Besluit kwaliteit kinderopvang

Huidige tekst

Artikel 4 Besluit kwaliteit kinderopvang

Geldt sinds 1 maart 2018

Veiligheid en gezondheid 1 De houder heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld. 2 De houder of voorgenomen houder stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid schriftelijk vast en verstrekt dit, conform artikel 5, derde lid, onder d, van het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang, bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, aan het college. De houder evalueert, en indien nodig actualiseert, het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen drie maanden na opening van het kindercentrum. Daarna houdt de houder het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel. 3 Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat in ieder geval: a.een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder er zorg voor draagt dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid samen met de beroepskrachten een continue proces is van het vormen van beleid, implementeren, evalueren en actualiseren; b.een concrete beschrijving van de risico’s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich brengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: 1°. de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen; 2°. de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen, en 3°. het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen; c.een plan van aanpak waarin in concrete termen is aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen teneinde de onder b genoemde risico’s in te perken en de handelswijze indien deze risico’s zich verwezenlijken; d.een beschrijving in algemene zin van de wijze waarop kinderen wordt geleerd om te gaan met risico’s waarvan de gevolgen voor de veiligheid en gezondheid van kinderen beperkt zijn en welke derhalve geen risico’s vormen als bedoeld onder b; e.een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder er zorg voor draagt dat het actuele veiligheids- en gezondheidsbeleid en de evaluaties daarvan inzichtelijk zijn voor de beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers en ouders, en f.indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de achterwacht is geregeld indien er op grond van artikel 7, vijfde en zesde lid, slechts een beroepskracht op het kindercentrum aanwezig is. 4 In het kader van de in het plan van aanpak, bedoeld in het derde lid, onder c, te beschrijven maatregelen die gericht zijn op het inperken van het risico op grensoverschrijdend gedrag, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, onder 3°, beschrijft de houder in ieder geval de wijze waarop hij de dagopvang zodanig organiseert dat een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. 5 De houder draagt er zorg voor dat er gedurende de dagopvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld aan deze kwalificatie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:3149Rechtbank Midden-Nederland, 2 juli 2025 (strafrecht)

    Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan dood door schuld door aanmerkelijk onachtzaam en nalatig te handelen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte onvoldoende zorg heeft gedragen voor een…

  • ECLI:NL:RVS:2024:4735Raad van State, 20 november 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam aan het kinderdagverblijf een bestuurlijke boete van € 2.500,00 en vier lasten onder…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:2412Rechtbank Rotterdam, 22 maart 2023 (bestuursrecht)

    Varia. In totaal 16 lasten onder dwangsom. Deel daarvan voldoet niet aan de voorwaarde dat een l.o.d. duidelijk en concreet moet zijn geformuleerd. Strijd met art. 5:32a Awb. Ook strijd met…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:6689Rechtbank Limburg, 31 augustus 2022 (bestuursrecht)

    Bestuurlijke boete opgelegd voor overtreding van het niet temperaturen van de warme maaltijden bij het uitserveren op locatie op grond van de Wet kinderopvang. Verweerder had de hoogte van de boete…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:6691Rechtbank Limburg, 31 augustus 2022 (bestuursrecht)

    Schriftelijke aanwijzing voor een drietal overtredingen op grond van de Wet kinderopvang. Twee van de drie aanwijzingen houden geen stand. De aanwijzing ten aanzien van het temperaturen van de warme…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:6694Rechtbank Limburg, 31 augustus 2022 (bestuursrecht)

    Bestuurlijke boete opgelegd voor overtreding van het niet temperaturen van de warme maaltijden bij het uitserveren op locatie op grond van de Wet kinderopvang. Verweerder had de hoogte van de boete…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:4547Rechtbank Den Haag, 17 mei 2022 (bestuursrecht)

    Bekendmaking aanwijzing EHBO-certificaat als bedoeld in artikel 8 van de Regeling Wet kinderopvang geen algemeen verbindend voorschrift. Concretiserend besluit van algemene strekking. Bezwaar ten…

  • ECLI:NL:RBMNE:2015:9774Rechtbank Midden-Nederland, 17 december 2015 (bestuursrecht)

    De rechtbank moet in deze procedure oordelen over de boete die aan eiseres is opgelegd, omdat zij in haar BSO in de periode van september 2014 tot en met november 2014 in totaal acht beroepskrachten…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.