Besluit kinderopvangtoeslag

Btkk

Huidige tekst

Artikel 8a Btkk

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Het aantal uren kinderopvang dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedraagt voor ieder kind niet meer dan: a.230 uren per kalendermaand; b.per berekeningsjaar 230 uren, vermenigvuldigd met het aantal maanden waarin de ouder of partner in dat berekeningsjaar: 1°. arbeid heeft verricht als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen a of b, of derde lid, onderdeel a, van de wet; 2°. gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen c tot en met j, van de wet; 3°. aanspraak op kinderopvangtoeslag behoudt op grond van artikel 1.6, vijfde of zevende lid, van de wet; 4°. recht heeft op zorg als bedoeld in artikel 1.6, achtste of negende lid, van de wet; of, 5°. veroordeeld is tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, gedurende de periode waarin die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd als bedoeld in artikel 1.6, tiende of elfde lid, van de wet.

  2. 2

    Voor het aantal uren dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgegaan van het aantal uren van de ouder of partner die in dat berekeningsjaar het minste aantal maanden heeft gewerkt, gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus heeft gevolgd of aanspraak heeft behouden op kinderopvangtoeslag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:5929Rechtbank Midden-Nederland, 5 augustus 2026 (bestuursrecht)

    Wht. Beroep tegen de definitieve vaststelling van compensatie kinderopvangtoeslag ongegrond. Over het toeslagjaar 2012 is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van institutioneel vooringenomen…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:1109Rechtbank Midden-Nederland, 6 maart 2026 (bestuursrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBROT:2026:2271Rechtbank Rotterdam, 25 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van eiseres om compensatie voor de jaren 2013 en 2014 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:1132Rechtbank Oost-Brabant, 24 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Wel vooringenomenheid, maar geen schade geleden. Daarom geen recht op compensatie. Ook geen sprake van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:10283Rechtbank Den Haag, 13 maart 2025 (bestuursrecht)

    Wet hersteloperatie toeslagen Eiseres is niet als gedupeerde aangemerkt. De terugvorderingen zijn door een wijzing van artikel 8a van de BKO. Geen sprake van vooringenomen handelen van verweerder…

  • ECLI:NL:RVS:2022:1225Raad van State, 26 april 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 1 april 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om herziening van de definitieve berekening van haar kinderopvangtoeslag over 2016 en 2017 afgewezen en…

  • ECLI:NL:RVS:2022:516Raad van State, 16 februari 2022 (bestuursrecht)

    Deze zaak gaat over een afgewezen verzoek om herziening van definitief berekende kinderopvangtoeslag 2017, leidende tot een terugvordering ad € 3.850 inclusief rente. Het hogere beroep is ingesteld…

  • ECLI:NL:RVS:2022:154Raad van State, 19 januari 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 18 april 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om herziening van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2012, 2013 en 2014 afgewezen. Bij besluit van 20…

40 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.