Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht

Huidige tekst

Artikel 4 Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt: a.Aan het misdrijf omschreven in artikel 177 van de wet, voor zover het feit is begaan tegen een Nederlander of een Nederlandse ambtenaar en daarop door de wet van het land waar het is begaan, straf is gesteld; b.aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 177, 225, 227b en 323a van de wet, voor zover het feit is begaan door een Nederlandse ambtenaar of door een persoon in de openbare dienst van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie en daarop door de wet van het land waar het is begaan, straf is gesteld; c.aan een terroristisch misdrijf, indien het misdrijf is begaan met het oogmerk de bevolking of een deel der bevolking van Nederland vrees aan te jagen, een Nederlandse overheid of een in Nederland gevestigde instelling of organisatie van de Europese Unie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, of de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van Nederland of een in Nederland gevestigde instelling of organisatie van de Europese Unie ernstig te ontwrichten of te vernietigen; d.aan een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, indien het misdrijf is begaan met het oogmerk een terroristisch misdrijf als in onderdeel c omschreven voor te bereiden of gemakkelijk te maken.

  2. 2

    De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een terroristisch misdrijf dan wel een van de misdrijven omschreven in de artikelen 131, tweede lid, 132, derde lid, 134a, 205, derde lid, 225, derde lid, 311, eerste lid, onder 6° , 312, tweede lid, onder 5° , 317, derde lid, jo. 312, tweede lid, onder 5°, en 421 van de wet.

  3. 3

    De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de persoon in de openbare dienst van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 363 tot en met 364a van de wet.

  4. 4

    De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in artikel 273f van de wet.

  5. 5

    De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in artikel 273f van de wet, indien het feit is gepleegd tegen een Nederlander of een vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft.

  6. 6

    De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 177, 178, 225, eerste en tweede lid, 227a, 227b, 323a, 326, 363, 364 en 420bis tot en met 420ter van de wet en de artikelen 69 en 69a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3, 4 en 5 van de richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PbEU 2017, L 198).

  7. 7

    De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 420bis tot en met 420ter van de wet, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3 en 4 van richtlijn (EU) 2018/1673 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld (PbEU 2018, L 284).

  8. 8

    De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander of de vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 138ab, 138b, 138c, 139c, 139d, 225, 232, 234, 310, 312, tweede lid, onder 3° , 317, 321, 326, 350a, 350c, 350d, onderdeel a, van de wet, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3 tot en met 8 van de richtlijn (EU) 2019/713 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de bestrijding van fraude met en vervalsing van niet contante betaalmiddelen en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ van de Raad (PbEU 2019, L123);

  9. 9

    In de gevallen, bedoeld in tweede en het vierde lid, kan de vervolging ook plaatshebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit een vaste woon- of verblijfplaats heeft gekregen.

  10. 10

    De bijlage van dit besluit vermeldt de verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties die tot het vestigen van rechtsmacht als bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid verplichten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2021:2640Gerechtshof Den Haag, 20 december 2021 (strafrecht)

    Syriëganger: extraterritoriale rechtsmacht op grond van art. 6 Sr. juncto art 4 lid 2 Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht. Terugwerkende kracht? Veroordeling wegens…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:7431Rechtbank Den Haag, 23 juli 2019 (strafrecht)

    Gevangenisstraf van vier jaren en zes maanden voor deelname aan de terroristische organisatie Islamitische Staat en voorbereidingshandelingen tot het plegen van een terroristisch misdrijf. Verdachte…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:7430Rechtbank Den Haag, 23 juli 2019 (strafrecht)

    Gevangenisstraf van zeven jaren en zes maanden voor deelname aan de terroristische organisatie Islamitische Staat, voorbereidingshandelingen tot het plegen van een terroristisch misdrijf en een…

  • ECLI:NL:GHDHA:2019:1676Gerechtshof Den Haag, 27 juni 2019 (strafrecht)

    Verdachte wordt vrijgesproken van het deelnemen aan een terroristische organisatie, het trainen voor terrorisme en het voorbereiden van brandstichting, doodslag en moord met een terroristisch…

  • ECLI:NL:RBZWB:2017:6394Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 oktober 2017 (strafrecht)

    terroristische organisatie, Syrië, vrijspraak

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:6922Rechtbank Den Haag, 27 juni 2017 (strafrecht)

    Verdachte is veroordeeld tot zes jaren gevangenisstraf. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte zich in het strijdgebied in Syrië en/of Irak bevond en zich heeft aangesloten bij IS, Jabhat…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:6924Rechtbank Den Haag, 27 juni 2017 (strafrecht)

    Verdachte is veroordeeld tot zes jaren gevangenisstraf. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte zich in het strijdgebied in Syrië en/of Irak bevond en zich heeft aangesloten bij IS, Jabhat…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:6927Rechtbank Den Haag, 27 juni 2017 (strafrecht)

    Verdachte is veroordeeld tot zes jaren gevangenisstraf. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte zich in het strijdgebied in Syrië en/of Irak bevond en zich heeft aangesloten bij IS, Jabhat…

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.