Besluit Erfgoedwet archeologie

Huidige tekst

Artikel 3.1 Besluit Erfgoedwet archeologie

Geldt sinds 1 juli 2016

Aanwijzen richtlijn 1 Onze Minister wijst de richtlijn, bedoeld in artikel 5.5, onderdeel b, van de wet, aan. 2 De richtlijn komt voor aanwijzing in aanmerking indien deze in elk geval voorschriften over de volgende onderwerpen bevat, zodat een opgraving op professionele wijze wordt verricht: a.de verschillende handelingen die worden verricht bij het opgraven door zelfstandig aan te duiden actoren, in samenhang met een daartoe geschikt kwaliteitszorgsysteem; b.het documenteren van de opgraving op zorgvuldige en navolgbare wijze; c.het rapporteren over vondsten met het oog op de vergaring en het behoud van kennis over het Nederlandse bodemarchief; d.de wijze van conserveren zodat de vondst behouden blijft; en e.de wijze waarop wordt omgegaan met tekortkomingen. 3 Certificerende instellingen verstrekken certificaten met inachtneming van de richtlijn. 4 Een certificaathouder of instelling als bedoeld in artikel 2.1 verricht een opgraving overeenkomstig de richtlijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:4162Rechtbank Noord-Holland, 18 april 2025 (bestuursrecht)

    Artikel 2 van de Regeling Erfgoedwet archeologie is een avv en niet een cbas. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Beroep ongegrond.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.