Besluit draadomroep en kabelinrichtingen BES

Huidige tekst

Artikel 18 Besluit draadomroep en kabelinrichtingen BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Onze Minister stelt technische eisen vast waaraan zend- en ontvanginrichtingen voor gebruik in een draadomroep- of kabelinrichting dienen te voldoen.

  2. 2

    De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen mogen slechts strekken ten dienste van: a.de waarborg van het regelmatig verloop van het verkeer in een draadomroep- of kabelinrichting; b.1°. het voorkomen van storingen door draadomroep- of kabelinrichtingen in andere elektrische en elektronische inrichtingen; 2°. bestand zijn van draadomroep- en kabelinrichtingen tegen storingen van andere elektrische en elektronische inrichtingen; 3°. het voorkomen van storingen in de werking van de draadomroep- en kabelinfrastructuur; c.de waarborg van de kwaliteit van de omroepsignalen die via de draadomroep- en kabelinfrastructuur geleverd worden aan de gebruikers; d.het verzekeren van de veiligheid van de draadomroep- en kabelinrichtingen voor gebruikers ervan en voor de personen werkzaam in het beheer van de daarvoor bestemde infrastructuur.

  3. 3

    De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de methoden en vereiste meetapparatuur bestemd voor het testen van de zend- en ontvanginrichtingen op conformiteit met de gestelde technische eisen.

  4. 4

    De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de methoden voor het registreren van de gemeten waarden van de omroepsignalen afkomstig van zend- en ontvanginrichtingen op conformiteit met de gestelde technische eisen.

  5. 5

    De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de vast te stellen specificaties voor samenwerking van versleutelingsapparatuur en zend- en ontvangapparatuur met de infrastructuur ten behoeve van draadomroep- en kabelinrichtingen voor wat betreft: a.het tot stand brengen, instandhouden en beëindigen van een verbinding door middel van de infrastructuur; b.de rechtstreekse verzending dan wel ontvangst van omroepsignalen over die verbinding.

  6. 6

    De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de wijze van aanleg en onderhoud van de infrastructuur ten behoeve van draadomroep- en kabelinrichtingen, de wijze van aansluiting van de gebruikers, de lokatie van de zend- en ontvanginrichtingen, de maximum toe te laten vermogens en frequenties op conformiteit met de gestelde technische eisen.

  7. 7

    De ingevolge het eerste lid vast te stellen technische eisen voor de aldaar bedoelde zend- en ontvanginrichtingen bevatten tevens de te stellen eisen aan de bekwaamheid van het personeel belast met het beheer van de infrastructuur.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.