Huidige tekst
Artikel 29.01 Bbpm Wft
- 1
Het depositogarantiestelsel garandeert deposito’s aangehouden bij: a.banken met een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van de wet, met uitzondering van deposito’s die worden aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is; b.banken als bedoeld in artikel 3:266, eerste lid, onderdeel b, van de wet, voor zover het deposito’s betreft die worden aangehouden bij een in Nederland gelegen bijkantoor; c.banken als bedoeld in artikel 3:267, tweede lid, van de wet, voor zover het deposito’s betreft die worden aangehouden bij een in Nederland gelegen bijkantoor.
- 2
Het depositogarantiestelsel is niet van toepassing op: a.deposito’s van: 1°. banken, voor zover het deposito’s betreft die door een bank in eigen naam en voor eigen rekening worden aangehouden; 2°. financiële instellingen; 3°. beleggingsondernemingen; 4°. depositohouders die zich niet hebben geïdentificeerd overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; 5°. verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 13, onderdelen 1 tot en met 6, van de richtlijn solvabiliteit II; 6°. beleggingsinstellingen, beheerders van beleggingsinstellingen, icbe’s en beheerders van icbe’s; 7°. pensioenfondsen; 8°. overheden; b.instrumenten die vallen onder de definitie van eigen vermogen in de zin van de verordening kapitaalvereisten; c.door een bank uitgegeven schuldbewijzen en schulden die voortvloeien uit eigen accepten en promessen; d.deposito’s uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken vanwege het witwassen van geld; e.bankspaardeposito’s eigen woning, voor zover deze ingevolge artikel 3:265d van de wet worden verrekend met een verbonden eigenwoningschuld.