Besluit adviescommissie ongeschiktheidsontslag rechterlijke ambtenaren

Huidige tekst

Artikel 5 Besluit adviescommissie ongeschiktheidsontslag rechterlijke ambtenaren

Geldt sinds 2 december 2003

  1. 1

    De commissie hoort degene op wiens voorgenomen ontslag de adviesaanvraag betrekking heeft en de president van het gerecht waar de betrokkene werkzaam is of diens vervanger. Hiervan wordt een schriftelijk verslag opgemaakt.

  2. 2

    De commissie kan de in het eerste lid bedoelde personen alsmede degene op wiens verzoek advies wordt uitgebracht vragen om stukken of inlichtingen te verstrekken.

  3. 3

    Indien het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, mondeling geschiedt, wordt hiervan een schriftelijk verslag opgemaakt.

  4. 4

    Indien het advies wordt aangevraagd door de procureur-generaal bij de Hoge Raad, is afdeling 3.3, met uitzondering van artikel 3:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Ten aanzien van een voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar die werkzaam is bij het parket bij de Hoge Raad wordt voor de toepassing van dit artikel onder «president van het gerecht» verstaan: de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.