Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998

Bargh 1998

Huidige tekst

Artikel 3 Bargh 1998

Geldt sinds 1 januari 2015

Aangewezen registraties 1 Als registraties als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen de registratie als: a. duurzame gezamenlijke huishouding op grond van: 1. de Wet langdurige zorg; 2. de Wet inkomstenbelasting 2001; 3. de Wet op de loonbelasting 1964; 4. de Wet op de studiefinanciering; 4a. de Wet studiefinanciering 2000; 5. de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945; 6. de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. b. gezamenlijke huishouding op grond van: 1. de Participatiewet; 2. de ANW; 3. de AOW; 4. de IOAW; 5. de IOAZ; 6. de TW; 7. de Wajong; 8. de WAO; 9. de WAZ; 10. de Wet WIA; 11. de Wmo 2015; 12. de ZW; 13. de IOW. c. duurzame gemeenschappelijke huishouding op grond van de onderafdeling 3 van afdeling 5 van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; d. gemeenschappelijke huishouding op grond van: 1. de Successiewet 1956; 2. een verblijfsrecht ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 voor verblijf bij partner; e. duurzame relatie op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. 2 Een registratie als bedoeld in het eerste lid is aanwezig gedurende de periode waarin bij de toepassing van de in dat lid genoemde wetten op enig moment rechtsgevolgen worden verbonden aan het bestaan van een duurzame gezamenlijke huishouding, een gezamenlijke huishouding, een duurzame gemeenschappelijke huishouding, een gemeenschappelijke huishouding respectievelijk een duurzame relatie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:4514Rechtbank Limburg, 14 juni 2022 (bestuursrecht)

    PW. Intrekking. Hoofdverblijf. Laag elektraverbruik in combinatie met andere bewijsmiddelen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:4208Centrale Raad van Beroep, 28 november 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Niet bevoegd tot opschorten op de grond dat appellant gezamenlijke huishouding niet heeft gemeld. Ten onrechte onweerlegbaar rechtsvermoeden toegepast op grond van de (de registratie van de)…

  • ECLI:NL:CRVB:2006:AV7784Centrale Raad van Beroep, 21 maart 2006 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering IOAW-uitkering. Gezamenlijke huishouding ex-echtgenoten. Onweerlegbaar rechtsvermoeden. Begrip kind. Strijd met artikel 26 van het IVBPR. Taak wetgever.

  • ECLI:NL:CRVB:2004:AR5326Centrale Raad van Beroep, 2 november 2004 (socialezekerheidsrecht)

    Gezamenlijke huishouding; onweerlegbaar rechtsvermoeden; samenlevingscontract; registratie bij Ziekenfonds.

  • ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8821Centrale Raad van Beroep, 2 mei 2000 (socialezekerheidsrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.