Beschikking registratie verplaatste personen

Huidige tekst

Artikel 10 Beschikking registratie verplaatste personen

Geldt sinds 27 oktober 1957

  1. 1

    Indien de persoonsgegevens, vermeld op het laatstelijk aangelegde verplaatsingsformulier, wijziging behoeven, wordt door de burgemeester van de gemeente van werkelijk verblijf een nieuw verplaatsingsformulier aangelegd.

  2. 2

    Deel A van het in het eerste lid bedoelde verplaatsingsformulier wordt, nadat het reeds aanwezige exemplaar daarachter is geplaatst en daaraan is gehecht, in het verplaatsingsregister A geplaatst. De delen B en C worden onderscheidenlijk gezonden aan de burgemeester van de gemeente, in welker bevolkingsregister de verplaatste persoon is opgenomen, en de in artikel 5 bedoelde centrale instantie.

  3. 3

    Terstond na ontvangst van de delen B en C van het in het eerste lid bedoelde verplaatsingsformulier worden die delen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, vijfde lid, respectievelijk 8, tweede lid, onderscheidenlijk in het verplaatsingsregister B en het centrale verplaatsingsregister geplaatst.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.