Beschikking consignatie van gelden

Huidige tekst

Artikel 6 Beschikking consignatie van gelden

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Het schriftelijke verzoek, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt ingediend bij de in artikel 3 bedoelde Directeur of indien het verzoek uitkering betreft van voor 1 januari 1993 geconsigneerde gelden bij de Directeur van de Belastingdienst/Directie Particulieren te Utrecht en bevat de volgende gegevens; a.de naam van de verzoeker; b.diens woonplaats of plaats van vestiging en zijn adres; c.een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de consignatie waarop het verzoek betrekking heeft.

  2. 2

    Indien de aanvrager ter staving van zijn verzoek een beroep doet op een akte of een voor (voorlopige) tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke uitspraak waarbij tot de uitkering machtiging is verleend moet hij een authentiek afschrift van die akte of van die uitspraak overleggen. Indien de rechterlijke uitspraak nog niet in kracht van gewijsde is gegaan en niet voor voorlopige tenuitvoerlegging vatbaar is, kan de in artikel 432 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde verklaring van de griffier worden overgelegd, mits acht dagen zijn verlopen nadat de in dat artikel bedoelde betekening heeft plaats gehad.

  3. 3

    Curators in faillissementen moeten de in artikel 103 van de Faillissementswet bedoelde, door de Rechter-Commissaris voor gezien getekende, stukken overleggen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.