Beperkende bepalingen openbaarheid archiefbescheiden Bureau invordering

Huidige tekst

Artikel 1 Beperkende bepalingen openbaarheid archiefbescheiden Bureau invordering

Geldt sinds 2 december 2000

Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt aan de openbaarheid van de naar het Algemeen Rijksarchief overgebrachte archiefbescheiden van het archief van het Bureau Invordering van het ministerie van Binnenlandse Zaken (1942) 1945-1960 (1976), de hierna volgende beperking gesteld. 1 Raadpleging van bescheiden die betrekking hebben op nog levende personen, zoals vermeld in de inventarisnummers 1 tot en met 1984 is slechts mogelijk na ondertekening door de onderzoeker van het door het Algemeen Rijksarchief gehanteerde Formulier voor toestemming tot raadpleging van niet-openbare archieven; een exemplaar van dit formulier is als bijlage bij dit besluit gevoegd. 2 Het formulier, bedoeld in het eerste lid, kan achterwege blijven indien: a.de onderzoeker inzage vraagt in een dossier dat betrekking heeft op hemzelf; b.de onderzoeker kan aantonen dat de persoon in wiens dossier hij inzage wil hebben is overleden; c.de onderzoeker een verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat de persoon op wie een dossier betrekking heeft toestemming geeft voor inzage; d.er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen. 3 Het formulier, bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege indien een periode van 75 jaar na afsluiting van het betrokken dossier is verstreken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.