Benelux-Overeenkomst houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom

Huidige tekst

Artikel 4 Benelux-Overeenkomst houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom

Geldt sinds 1 oktober 1978

  1. 1

    De rechter die een dwangsom heeft opgelegd, kan op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.

  2. 2

    Voor zover de dwangsom verbeurd was voordat de onmogelijkheid intrad, kan de rechter haar niet opheffen of verminderen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2007:AZ5831Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2007 (civiel recht)

    Beslag- en executierecht. Door een moeder in kort geding gevorderde opheffing van executoriaal derdenbeslag dat de vader heeft gelegd voor de door haar verbeurde dwangsommen wegens niet-nakoming van…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1567Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 maart 2025 (civiel recht)

    Artikel 236 Rv verweer van de vader slaagt. Sprake van misbruik van recht. Kortgedingprocedure over verbeurde dwangsommen. Ne bis in idem.

  • ECLI:NL:RBDHA:2014:7629Rechtbank Den Haag, 19 maart 2014 (civiel recht)

    Diverse vragen met betrekking tot de dwangsom: bevoegdheid, verjaring, onmogelijkheid om aan hoofdveroordeling te voldoen; gezag van gewijsde

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.