Huidige tekst
Artikel 3 Beleidsregels Toelating en gebruik C2000 door derden
- 1
Aangewezen gebruikers en bijzondere gebruikers houden zich aan het beveiligingsbeleid C2000 en het Landelijk Kader Fleetmap;
- 2
Een aangewezen gebruiker ziet erop toe dat aan hem (tijdelijk) gelieerde organisaties zich houden aan het beveiligingsbeleid C2000 en passen binnen de kaders en richtlijnen van het Landelijk Kader Fleetmap.
- 3
Een aangewezen gebruiker draagt er zorg voor dat medewerkers van aan hem gelieerde gebruikers voldoende zijn opgeleid en getraind in het gebruik van C2000.
- 4
Een bijzondere gebruiker draagt er zorg voor dat de eigen medewerkers voldoende zijn opgeleid en getraind in het gebruik van C2000.
- 5
Een aangewezen gebruiker bepaalt van welke functies en welke gespreksgroepen de gelieerde gebruik mag maken ter ondersteuning van de werkprocessen van de aangewezen gebruiker.
- 6
De strategisch beheerder bepaalt -gehoord het advies van het adviesorgaan C2000 van welke functies en welke gespreksgroepen de bijzondere gebruiker gebruik mag maken ten behoeve van de communicatie met de aangewezen gebruikers.
- 7
Alle lokale beheeractiviteiten ten behoeve van (tijdelijk) gelieerden worden door een aangewezen gebruiker uitgevoerd. De afspraken over het beheer worden vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 2 lid 6. Onder lokale beheeractiviteiten wordt minimaal verstaan: • de uitgifte en vervanging van randapparatuur; • programmering van de randapparatuur en accessoires; • zorgdragen voor inpassing van de fleetmap van de gelieerde organisatie binnen de fleetmap van de aangewezen gebruiker; • het beheer en onderhoud van de randapparatuur en accessoires; • melding van gestolen en vermiste randapparaten van de gelieerde bij de tactisch en operationeel beheerder van het netwerk.
- 8
De bijzondere gebruiker is verantwoordelijk voor de volgende beheeractiviteiten: • de uitgifte en vervanging van de randapparatuur; • programmering van de randapparatuur en accessoires met uitzondering van het tweedelijns onderhoud dat, inclusief het cryptobeheer, door de tactisch en operationeel beheerder wordt uitgevoerd; • het beheer en het eerste- en derdelijns onderhoud van de randapparatuur en accessoires; • melding van gestolen en vermiste randapparaten bij de tactisch en operationeel beheerder van het netwerk.