Huidige tekst
Artikel 2.19 Beleidsregels risicoverevening 2024
PPA 1 Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium PPA op: a.de indeling in PPA-klassen 2024 zoals weergegeven in het referentiebestand PPA dat is opgenomen in Bijlage 15 van deze Beleidsregels; b.de leeftijd volgens het PKB 2022; c.het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer volgens het belastingdienstbestand over 2021; d.het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer volgens het PKB 2021 wanneer een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2021; e.het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer volgens het belastingdienstbestand over 2022 wanneer een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB 2021; f.het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer volgens het PKB 2022 wanneer een verzekerde ook niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2022; g.bewoners Wlz-instelling blijvend volgens Wlz-declaraties december 2021; en h.bewoners Wlz-instelling instromend volgens Wlz-declaraties december 2022 en Wlz-declaraties december 2021. 2 Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met h, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2022 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 15 van deze Beleidsregels, in welke PPA-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3 Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2023, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium PPA naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per klasse constant blijft. 5 Het Zorginstituut past een correctie toe vanwege de verruiming van de Wlz per 2021 voor verzekerden met een psychische stoornis.