Beleidsregels Bibob-toets

Huidige tekst

Artikel 3 Beleidsregels Bibob-toets

Geldt sinds 3 oktober 2022

Aanvraag Bibob-advies De raad van bestuur kan het LBB in ieder geval om een Bibob-advies vragen als: 1. relevante vragen blijven bestaan over de organisatie-, eigendoms- of zeggenschapsstructuur van de aanvrager of het concern waartoe de aanvrager behoort, ondanks de door de aanvrager verstrekte bescheiden of documenten; 2. relevante vragen blijven bestaan over de wijze van financiering, ondanks de door de aanvrager verstrekte bescheiden of documenten; 3. relevante vragen blijven bestaan over een (mogelijk) zakelijk samenwerkingsverband van de aanvrager, ondanks de door de aanvrager verstrekte bescheiden of documenten; 4. aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat mogelijk sprake is van een gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob; 5. feiten en omstandigheden er mogelijk op wijzen of doen vermoeden dat ten behoeve van de aanvraag een strafbaar feit is gepleegd; 6. de officier van justitie, een bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak de raad van bestuur heeft gewezen op de mogelijkheid om na eigen onderzoek een Bibob-advies aan te vragen als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob; 7. het LBB de raad van bestuur heeft bericht dat eerder strafbare feiten ten grondslag zijn gelegd aan de conclusie dat een gevaar bestond, als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van de Wet Bibob.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.