Beleidsregels aanvraag ontheffing als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Huidige tekst

Artikel 4 Beleidsregels aanvraag ontheffing als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Geldt sinds 26 maart 2000

  1. 1

    Bij de beoordeling op basis van het criterium, genoemd in artikel 3, onder a, wordt gelet op het volgende: a.de aard van de werkzaamheden die de betrokkene als opsporingsambtenaar verricht of zal verrichten; b.de reikwijdte van de opsporingsbevoegdheid; c.het grondgebied waarop de opsporingsbevoegdheid kan worden uitgeoefend.

  2. 2

    Bij de beoordeling op basis van het criterium, genoemd in artikel 3, onder b, wordt gelet op het volgende: a.de mate waarin de betrokkene beschikt of kan beschikken over politieinformatie of opsporingsinformatie; b.de verhouding tussen de frequentie en de duur van de werkzaamheden als opsporingsambtenaar en de frequentie en de duur van de werkzaamheden bij de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau.

  3. 3

    Bij de beoordeling op basis van het criterium, genoemd in artikel 3, onder c, wordt gelet op het volgende: a.de vraag of de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau winstoogmerk heeft; b.de reikwijdte van de beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden; c.het grondgebied waarop de beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden plaatsvinden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.