Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang

Huidige tekst

Artikel 8 Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang

Geldt sinds 11 juli 2020

Rapportage overmacht drie-uursregeling en vaste gezichtencriterium 1 Een toezichthouder die in het kader van een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, tweede, vierde en vijfde lid, van de wet oordeelt dat: a.de artikelen 7, vierde lid, of 16, vierde lid, in samenhang met de artikelen 3, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, respectievelijk 12, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang, voor zover die bepalingen betrekking hebben op de tijden waarop minder beroepskrachten kunnen worden ingezet; of b.artikel 9, vierde of vijfde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang; als gevolg van overmacht niet zijn nageleefd, rapporteert de gedraging niet als overtreding, 2 Een toezichthouder beschrijft in het inspectierapport de relevante feiten en omstandigheden van het geval en hoe de toezichthouder is gekomen tot het oordeel dat sprake is van overmacht. 3 Het eerste lid geldt onverminderd artikel 5:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2022:2973Rechtbank Midden-Nederland, 25 juli 2022 (bestuursrecht)

    Beroep, bestuurlijke boete € 2500,-, overtreding WKO, BKR-overtreding op niet-toegestane tijden volgens pedagogisch beleidsplan, ongegrond

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:5895Rechtbank Midden-Nederland, 30 november 2021 (bestuursrecht)

    Last onder dwangsommen; inspectierapport; zienswijze; overmacht; beroep gegrond.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.