Beleidsregel vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken op de burgerluchthavens

Huidige tekst

Artikel 1 Beleidsregel vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken op de burgerluchthavens

Geldt sinds 1 februari 1997

  1. 1

    Bij het afgeven van een verklaring als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet veiligheidsonderzoeken, in verband met de vervulling van een vertrouwensfunctie op een burgerluchthaven, wordt, indien het naar de betrokken persoon ingestelde veiligheidsonderzoek gegevens heeft opgeleverd als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, bij de beoordeling van die gegevens rekening gehouden met: a.de aard van de gegevens; b.de ouderdom van de gegevens; c.de aard en de zwaarte van de delicten waarop de gegevens betrekking hebben; d.de zwaarte van de opgelegde straffen of maatregelen; e.het aantal in een bepaalde tijdsspanne vastgelegde gegevens; f.de leeftijd van betrokkene ten tijde van het vastleggen van de gegevens.

  2. 2

    Bij de beoordeling van de in de aanhef van het eerste lid bedoelde gegevens wordt in het bijzonder gelet op gegevens betreffende: a.gebruik of handel in harddrugs; b.handel in grotere hoeveelheden softdrugs; c.voorhanden hebben of handel in vuurwapens of schijnvuurwapens; d.zwaardere vormen van diefstal, inbraak of heling; e.verduistering, oplichting of valsheid in geschriften; f.misdrijven tegen het leven gericht; g.openlijke geweldpleging of zware vormen van mishandeling; h.afpersing of afdreiging; i.misdrijven tegen de veiligheid van de Staat; j.deelneming aan een criminele organisatie, of deelneming aan de voortzetting van een verboden en ontbonden rechtspersoon; k.luchtvaartmisdrijven of l.andere feiten die een risico kunnen opleveren voor de veiligheid van de burgerluchtvaart.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2019:926Raad van State, 27 maart 2019 (bestuursrecht)

    Op 12 september 2011 is aan [appellant] een verklaring van geen bezwaar afgegeven. Omdat sinds die datum de termijn van vijf jaren is verstreken, is een hernieuwd veiligheidsonderzoek naar hem…

  • ECLI:NL:RVS:2018:201Raad van State, 24 januari 2018 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 5 augustus 2015 heeft de minister de door hem op 11 oktober 2012 aan [appellant] afgegeven verklaring van geen bezwaar (hierna: verklaring) voor het vervullen van een…

  • ECLI:NL:RVS:2014:3118Raad van State, 20 augustus 2014 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 8 april 2013 heeft de minister de door hem op 26 september 2007 aan [appellant] afgegeven verklaring van geen bezwaar voor het vervullen van een vertrouwensfunctie op een…

  • ECLI:NL:RVS:2014:1739Raad van State, 14 mei 2014 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 1 december 2011 heeft de minister geweigerd aan [appellant] een verklaring van geen bezwaar tegen vervulling van een vertrouwensfunctie af te geven.

  • ECLI:NL:RVS:2006:AW7348Raad van State, 3 mei 2006 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 12 februari 2003 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) appellant een verklaring van geen bezwaar geweigerd.

  • ECLI:NL:RVS:2005:AT0531Raad van State, 10 maart 2005 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 4 november 2003 heeft appellant aan [verzoeker] een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken, geweigerd.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.