Huidige tekst
Artikel 2.3 Beleidsregel openstelling landgoederen Natuurschoonwet 1928
- 1
Om aangemerkt te worden als een opengesteld landgoed moeten de in artikel 2.2, eerste lid, bedoelde wegen en paden een minimale lengte hebben, bestaande uit de som van: a.de arealen met houtopstanden bezette terreinen, vermenigvuldigd met de daarbij behorende normlengte van 50 meter per hectare; en b.de arealen overige terreinen, vermenigvuldigd met de daarbij behorende normlengte van 25 meter per hectare.
- 2
Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde minimale lengte van wegen en paden tellen de volgende wegen of paden niet mee: a.doodlopende wegen en paden; en b.de oppervlakte van terreinen of gedeelten van terreinen, daaronder begrepen vennen en plassen, die in verband met bijzondere natuurwetenschappelijke of cultuurhistorische waarden worden afgesloten voor het publiek.