Beleidsregel instelling veiligheidszone windparken op zee

Huidige tekst

Artikel 3 Beleidsregel instelling veiligheidszone windparken op zee

Geldt sinds 1 januari 2023

Voorwaarden uitzondering vaarverbod in windpark 1 Indien in een besluit tot het instellen van een veiligheidszone een doorvaartpassage wordt ingesteld, geldt het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, niet voor het zich in een doorvaartpassage bevinden met een vaartuig dat: a.een maximale lengte over alles van zesenveertig meter heeft; b.een Automatic Identification System in werking heeft; c.een marifooninstallatie aan boord heeft, waarbij gecommuniceerd wordt op kanaal 16; d.een afstand van ten minste 150 meter van de windturbines in acht neemt inclusief enig voorwerp vanaf het vaartuig; e.een afstand van 500 meter van een transformatorstation in acht neemt; en f.geen verbinding met de bodem maakt. 2 In een besluit tot het instellen van een veiligheidszone wordt bepaald dat bij de in het eerste lid bedoelde uitzondering geen andere vorm van visserij wordt uitgeoefend dan met een hengel als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Visserijwet 1963.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.