Beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs

Huidige tekst

Artikel 3a Beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs

Geldt sinds 26 november 2024

  1. 1

    Onverminderd artikel 3, stelt de Minister voor de beoordeling van de continuïteit van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 6.9, derde lid, van de wet, in ieder geval vast of de aanvrager ten minste de kern van het curriculum van de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft zelf verzorgt. Dit houdt ten minste in: a.het zelf verzorgen van de propedeutische fase van de opleiding, bedoeld in artikel 7.8, van de wet of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een associate degree-opleiding of een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 60 studiepunten; b.het zelf verzorgen van de afstudeerrichting; c.dat niet meer dan een derde van het totale curriculum ter verzorging aan derden wordt uitbesteed; d.dat de personen die de opleiding verzorgen bij de aanvrager in dienst zijn of anderszins op zodanige wijze met de aanvrager verbonden zijn dat de opleiding wordt verzorgd overeenkomstig de wensen en regelingen van de aanvrager.

  2. 2

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de continuïteit van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 6.10, eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.