Beleidsregel amateurluchtvaartuigen

Huidige tekst

Artikel 3 Beleidsregel amateurluchtvaartuigen

Geldt sinds 30 oktober 1996

  1. 1

    Voor het verlengen van de termijn van geldigheid van het bewijs van luchtwaardigheid wordt door de eigenaar of houder van een amateurluchtvaartuig een aanvraag ingediend bij de directeur-generaal.

  2. 2

    In de aanvraag wordt aangegeven: a.dat het amateurluchtvaartuig nog steeds in luchtwaardige toestand verkeert; b.dat eventuele wijzigingen zijn goedgekeurd door de ontwerper; c.dat eventuele geluidswijzigingen en wijzigingen van de verplichte instrumenten, radio en transponder zijn goedgekeurd door de directeur-generaal, onder vermelding van het goedkeuringsnummer van de wijziging; d.dat het amateurluchtvaartuig is onderhouden conform de aanwijzingen van de ontwerper; e.het aantal vlieguren tijdens de voorgaande 12 maanden.

  3. 3

    Bij de aanvraag wordt een log-entry gevoegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde luchtwaardigheidsaanwijzingen (AD), bijzondere luchtwaardigheidsaanwijzingen (BLA) en onderhoudsaanwijzingen voor luchtvaartmaterieel (OAL);

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.