Huidige tekst
Artikel 1 Bekendmaking beleidswijziging rondvluchtvergunningen ex art. 16b van de Luchtvaartwet
De geldigheidsduur van een rondvluchtenvergunning wordt bepaald op 5 jaar, met uitzondering van de eerste afgifte, welke een geldigheidsduur zal krijgen van 1 jaar. Bij verlenging van deze eerste vergunning zal vervolgens een geldigheidsduur van 5 jaar worden gehanteerd. Op verzoek van de aanvrager kan een kortere geldigheidsduur dan 5 jaar worden aangehouden;
Bron: wetten.overheid.nl