Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties

Huidige tekst

Artikel 31 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties

Geldt sinds 26 augustus 2021

Talenkennis 1 De migrerende beroepsbeoefenaar die op grond van hoofdstuk 2 of hoofdstuk 3 erkenning van beroepskwalificaties heeft verkregen respectievelijk is toegelaten als dienstverrichter, of die een Europese beroepskaart heeft verkregen met het oog op beroepsuitoefening in Nederland, beschikt over de talenkennis die voor de uitoefening van het desbetreffende gereglementeerde beroep is vereist. 2 Onze Minister die het aangaat kan besluiten de talenkennis, bedoeld in het eerste lid, te controleren: a.bij gereglementeerde beroepen met implicaties voor patiëntveiligheid; b.bij de overige gereglementeerde beroepen, in geval van ernstige en concrete twijfel. 3 De taalcontrole is evenredig aan de uit te oefenen beroepswerkzaamheden en beperkt zich tot de kennis van één officiële taal in Nederland.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBLIM:2019:10931Rechtbank Limburg, 4 december 2019 (arbeidsrecht)

    Leraar in het voortgezet onderwijs met een buitenlands diploma dat in de loop van de tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in Nederland wordt erkend. Zowel de CAO-VO als de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.