Algemene douaneregeling

Huidige tekst

Artikel 1:5 Algemene douaneregeling

Geldt sinds 30 april 2021

  1. 1

    De directeur-generaal Douane, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 en de algemeen directeuren en de directeur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zijn ambtenaar als bedoeld in artikel 11:7 van de wet.

  2. 2

    Als functionarissen als bedoeld in artikel 10:15 van de wet worden aangewezen de ambtenaren van de Belastingdienst (contactambtenaren) die door de in het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn aangewezen om namens hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 11:7 van de wet, uit te oefenen.

  3. 3

    De directeur-generaal Douane, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling belastingdienst 2003, is op grond van artikel 1:28, zesde lid, van de wet bevoegd tot het geven van toestemming voor het vorderen van gehele ontkleding dan wel het onderzoek van het onderlichaam van degene die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BM6857Parket bij de Hoge Raad, 21 december 2010 (strafrecht)

    Begrip “lijfsvisitatie” als bedoeld in art. 17 Douanewet. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van art. 17 Douanewet blijkt dat met "lijfsvisitatie" als in die bepaling bedoeld met name is…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.