Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Huidige tekst

Artikel 14 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Geldt sinds 10 september 1952

Vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering en hun plaatsvervangers zullen vrijgesteld zijn van alle officiële ondervragingen en van arrestatie en gerechtelijke vervolging naar aanleiding van door hen gesproken woorden of door hen uitgebrachte stemmen in de uitoefening van hun functie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.